
Watercypressen
AlgemeenMisschien is het de lezer ontgaan, maar op de gemeentepagina van 18 oktober stond dat de gemeente Oudewater is voornemens is twintig forse watercypressen (Metasequoia glyptostroboides) aan de Prinses Beatrixstraat in Oudewater te kappen: ze zijn te groot geworden.
Goed om te weten misschien, dat de soort pas in 1945 ontdekt is door twee Chinese botanici, Hu en Cheng. Voordien was hij alleen als fossiel bekend. Een bijzondere eigenschap van de watercypres is dat hij vermeerderd kan worden door middel van stekken. Andere soorten uit dezelfde familie (moerascypres, sequoia) kunnen alleen opgekweekt worden uit zaad en dat is in beide gevallen een moeilijke, kostbare en tijdrovende zaak.
Maar de watercypres begon dankzij de vermeerdering uit stekken aan een razendsnelle opmars. Rond 1960 kwam de boom zodoende ook hevig in de mode: elke boomkweker zette een partij van de slanke naaldbomen met hun afvallend lichtgroen loof op, vakbladen voor hoveniers en groenvoorzieningsbedrijven schreven er over en als meetellende gemeente moest je ze minstens op één, maar liefst op meerdere plekken tegelijk een rijtje aanplanten.
Zo kwamen er watercypressen aan de Beatrixstraat, maar ook aan de Waardsedijk ter hoogte van de openbare begraafplaats. Die laatste zijn een paar jaar geleden al gekapt met als voornaamste reden dat de afvallende naalden een beetje vettig zijn en zich daardoor minder gemakkelijk door de wind laten oppakken. Met andere woorden: waar de bladblazer het laat afweten, moeten de bladhark en de bezem eraan te pas komen, en dat was toen van de vrijwilligers die voor het onderhoud zorgen wat teveel gevraagd. De kapvergunning ging toen gepaard met veel emotie en dispuut (‘bomen zijn altijd emotie,’ zei oud-burgemeester Pieter Verhoeve).
Aan de Beatrixstraat gaat het voornamelijk om de afmetingen: de bomen zijn enorm, en de wortels drukken de straat omhoog: tijd om plaats te maken voor iets nieuws, en actievoeren leidt tot niets.
Tenslotte: het hout van de watercypres is zeer licht (minder dan 300 kg per stère); het kernhout is dicht en fijn van structuur, doet denken aan Larix, maar de laag spinthout er omheen is heel dik en bovendien heel sponzig en eigenlijk onbruikbaar. Op de doorsnede is dat verschil goed te zien.
Otto Beaujon








