Afbeelding

Strijkijzer

Algemeen

Zaterdagavond keken we naar een aandoenlijk stukje TV-journalistiek: een interview met Keetie van Oosten-Hage (73). Voor wie het niet weet: ze was tweemaal wereldkampioen wielrennen op de weg, driemaal op de baan, en twintig keer kampioene van Nederland. In het streekmuseum van St. Annaland is een zaaltje ingeruimd voor haar prijzen, oorkondes en trofeeën. “Echte prijzen waren er nauwelijks. Voor de winnares voor een koers in Nederland was dertig gulden zowat het maximum. Reiskosten waren voor eigen rekening. Behalve die ene geldprijs bestonden de overige prijzen en premies uit spulletjes van de plaatselijke middenstand. Een strijkijzer, daarvan heb ik er wel een stuk of zes gewonnen. Een paar witte sokken maat 46. Een stapeltje theedoeken. Of een bon voor een knipbeurt bij de plaatselijke dameskapper; daar kun je niet zoveel mee als je gefietst hebt in Overijssel en je woont in Zeeland.

Keetie werkte als lerares naaldvakken, en trainde in de avonduren. Met haar onmiskenbaar talent en ijver werd ze één van de grootste dameswielrensters aller tijden. Ze heeft nooit meer gehad dan een materiaalcontract, maar is tevreden met de eeuwige roem, haar leven en haar gezin.

De terugblik op Keetie was onderdeel van de omlijsting rond de Tour de Femme, de Tour de France voor wielrennende vrouwen. Veel van de deelnemende teams bestonden aan het begin van dit jaar nog niet, en sommige deelneemsters zijn op het laatste moment voor de Tour nog gerekruteerd uit de junioren uit het veldrijden en andere disciplines. Tegenover de paar sterke vrouwenploegen uit Nederland en Zwitserland waren de meeste andere deelneemsters volslagen kansloos, en in de vermoeidheid van de eerste dagen, de onervarenheid en onoplettendheid waren er vele valpartijen. De live kijkers zagen een achtergebleven Australische met de kop over het stuur als een op hol geslagen locomotief en verbijsterd van schrik in volle vaart inrijden op een handvol rensters die al op straat lagen: een niet zo bedoelde aanslag waar je hart even bij stil stond. Kortom: een boeiende week koers, waar voor de organisatie en de ploegen nog heel wat aan te sleutelen valt, en niet alleen een selectie op kundigheid en ervaring.

Opvallend ook alle aandacht voor geld: een 23-jarige renster (bepaald geen strijkijzer, om in wielertermen te spreken) die vol trots vertelde dat ze voor het volgend seizoen een contract ging tekenen bij een van de best georganiseerde ploegen van het moment voor een bedrag van minimaal een half miljoen dat ze niet wilde noemen. Menigeen zag de zilvervloot al binnenvaren. Uitkijken naar volgend seizoen!

Otto Beaujon