Op ‘t kantje

Wat hebben Barcelona en Giethoorn gemeen? Dat het allebei toeristische trekpleisters van de eerste orde zijn, en dat de hordes toeristen de plaatselijke bevolking vaak meer tot last dan tot genoegen zijn. Ook Oudewater heeft over de hoeveelheid bezoekers niet te klagen, maar voor de Oudewaternaars zelf wordt de binnenstad een steeds minder prettige woonomgeving.

Neem een stad als Venetië. Die moet je gezien hebben, net als Napels. Degenen van de acht miljard mensen op aarde die hun klassieken kennen laten zich in groepen met 5.000 anderen op een enorm cruiseschip naar de rede van Venetië brengen. Daar wurmen ze zich in honderden gondels en motorbootjes die hen onder de Rialtobrug door naar het San Marcoplein brengen. Daar maken ze een foto, kopen een souvenir en een zakje duivenvoer, ze bezoeken een trattoria of nuttigen een McDonia, ze doen ergens een plas en haasten zich terug naar het drijvend hotel dat hun de volgende dag in Dubrovnik afzet.

Venetië vervuilt, verzakt, en heeft een schreeuwend gebrek aan personeel om die twee miljoen jaarlijkse bezoekers te bedienen en hun rotzooi op te ruimen. Wie er niet hoeft te wonen verhuist en verhuurt zijn Venetiaanse onderkomen aan AirB&B. Venetië is al jaren niet leuk meer.

Amsterdam is niet leuk. Als je in een winkel, museum of café iets vraagt, zegt de bediening: ‘English please’.

Neuschwanstein is niet leuk: de toeristen worden er in rotten van zes rondgeleid door een gepensioneerde Feldwebel die reflexmatig schnautzt als iemand niet luistert of iets durft te vragen.

De inwoners van Volendam mijden hun eigen havenkade als ze geen dienst hebben om er in klederdracht te lopen.

Valkenburg is niet leuk. De souvenirs zijn er plat en banaal, het is er vol en er staan nepkastelen, namaakhuizen van nep-mergel en een nep-kolenmijn.

Bij de topdrie van de engste toeristen-stapelplaatsen hoort ook zeker de Mont St. Michel voor de Bretonse kust: met vloed is het een eiland, een enorm brok graniet in de zee, met één steil straatje naar de top (voor dat prachtige uitzicht). Terug moet je langs dezelfde weg, tegen de stroom in, worstelend om weer buiten de stadspoort en weer op adem te komen! Onderweg zijn er ongeveer honderd boutiques en eettentjes waar de toerist, op- en/of afgaand, even wil rondkijken, iets kopen, de mayonaise van het patatje in hun hand aan jouw rug afsmeren.

U chargeert, zult u zeggen. Ik chargeer niet. Ga niet naar Brugge, ga niet naar Rothenburg, ga niet naar Oradour, ga niet naar York: uw hond zal u bij thuiskomst niet herkennen, zoveel contactzweet van duizend andere toeristen brengt u mee.

Stadsbestuur van Oudewater, hou dus in uw oneindige wijsheid op met Oudewater te promoten; zoals het nu is, is het op ‘t kantje. De bezoekers komen toch wel. Maak die binnenstad autovrij. En doe dat niet met Amsterdamse parkeertarieven maar met borden om doorgaand verkeer juist niet door de binnenstad te leiden, met duidelijke routes naar grote parkeerplaatsen. Voor wie geen vijf minuten wil of kan lopen staat daar een touwtrein klaar, een elektrische tandem of een bootje dat je vanaf die parkeerplaatsen naar het hart van de stad brengen. Naar de winkels van die paar kortzichtige winkeliers die voor hun omzet vrezen als hun klant niet meer met zijn auto pal voor hun deur kan stoppen.

Die maar niet willen snappen dat geen enkele toeristenstad ter wereld auto’s wil.

Auto’s rijden hun bezoekers voor de voeten, en auto’s parkeren op uitgerekend de duurste vierkante meters van hun stad. Die niet snappen dat Valkenburg, Volendam en Venetië ook hier akelig snel dichterbij komen. Begin er eens mee: ‘s Zondags in het seizoen een autovrije H (straten evenwijdig aan de Lange Linschoten aan beide zijden van de Markt, red.). ‘s Zomers ook zaterdagmiddag. Kijk hoe ‘t bevalt. Laat de bezoekers van onze mooie stad te voet, met de fiets, per touwtrein of per pendelboot naar de mooiste en gezelligste plekjes komen, dàn is het pas echt goed toeven in Oudewater!

Otto Beaujon

Otto Beaujon

Meer berichten