
De kanonnenklucht ontleed
Door: Otto Beaujon AlgemeenHet vervangen van de beide oude kanonnen onder de luifel van de heksenwaag was één van de tientallen discussiepunten uit het onzalige herinrichtingsplan voor de binnenstad. Na een eindeloze investering aan tijd en energie en onwrikbare standpunten was het plan op de valreep, dat wil zeggen tijdens de laatste vergadering van de gemeenteraad voor de verkiezingen, alsnog afgeschoten.
Goede raad was duur, want zou het plan zijn aangenomen dan hadden de kanonnen met bekwame spoed gelicht kunnen worden. Het college had de kanonnen namelijk een rol toebedeeld tijdens de feestelijkheden ter gelegenheid van de 350 jaar herdenking van de Oude Hollandse Waterlinie. Tijdens het vooroverleg, vernemen wij uit doorgaans betrouwbare bron, was gebleken dat Oudewater, nota bene oudste stad langs het tracé van de waterlinie, geen kanonnen aan de stadspoort had om de vijand van toen van katoen te geven. Gorinchem, Schoonhoven, Naarden en Muiden hebben allemaal kanonnen, Oudewater wilde ze ook. In plaats van ze bij een rekwisietenbedrijf of bij het legermuseum te huren of te leen te vragen bij een stad elders in het land, leek het in eerste instantie een goed plan om de eigen kanonnen een opknapbeurt te geven en er een affuit onder te laten timmeren, maar zoiets kost wel tijd.
Van Stadsinrichting naar Cultuur
Wachtend op een nieuwe gemeenteraad, een nieuw college en een nieuwe discussie zouden de kanonnen zeker niet voor de feesten van voorjaar 2022 gereed zijn. Vandaar dat het college besloot de kanonnen uit het herinrichtingsplan te lichten en er een apart project van te maken dat werd ondergebracht bij de wethouder van Cultuur, die voor het lopende jaar een budget van e 35.000 heeft voor recreatie. Krap aan voor het schoonmaken van twee kanonnen en het timmeren van twee verantwoorde affuiten van knoestloos oud eikenhout met gesmede spijkers en wielbanden. Na afloop van de feesten verlangde het bestuur van de heksenwaag één van beide exemplaren voor de deur, en de andere krijgt volgens wethouder Lont een plek ‘ergens op het Statenland’ om de oude vesting te markeren.
En: géén seintje vorige week aan De IJsselbode, let op, we gaan donderdag die twee kanonslopen alvast uit de grond trekken, maar dinsdagochtend om 9.00 uur precies (de papieren IJsselbode was net aan de Noorder-Kerkstraat bezorgd) kwam er per mail een uitnodiging namens wethouder Lont om op donderdag de 10e maart aanwezig te zijn bij het plechtig uit de grond trekken van de kanonslopen.
Collega
Wat er gebeurd is hebt u ongetwijfeld al vernomen uit het AD of via de sociale media: de aan het kanon geketende dame die besmeurd werd met hydraulische olie uit de graafmachine, de wethouder die er bedremmeld bijstond en die de woede van de aanwezigen ruimschoots over zich heen kreeg. Toen het straatwerk weer dicht gemaakt was en de mensen afdropen, fietste Walther Kok voorbij. “En, hebben ze nog met eieren gegooid?” riep hij zijn collega Lont toe. Na een woordenwisseling besloot hij met de stelling: “De mensen moeten hier eens leren dat het bestuur ook gewoon besluiten kan nemen waar de mensen misschien emotioneel van worden of waar hij of zij het toevallig niet mee eens is,” en fietste verder.
Vertrouwen in het bestuur
Hebben we het het afgelopen jaar in politiek opzicht al over weinig anders gehad dan over herstel van vertrouwen in het (lands)bestuur, dan is het effect van dit op zich onnozele incident alleen maar het tegenovergestelde. In plaats van gewoon open kaart te spelen en uit te leggen waarom je als college werkelijk meent de kanonnen nu nodig te hebben, dient het college het vertrouwen een onverwachte en onverdiende klap toe.
Otto Beaujon







