Uitgekafferd

Uitgekafferd

De Rijkspolitie hield in 1993 op te bestaan, en daarmee kwam Rijkspolitie Magazine, het maandblad dat onder dienders beter bekend stond als 'De Blauwe Lach' in de lucht te hangen: Anne Geelof, oppervoorlichter van de Rijkspolitie zette het blad te koop, voor hele vijfduizend gulden, de formule, de advertentieportefeuille en de namen en adressen van 22.000 rijkspolitiemannen en -vrouwen en marechaussees die het blad maandelijks thuis gestuurd kregen. Twee redacteuren kregen een wachtgeld mee tot aan hun pensioen, de derde was ondergetekende, als A&T-er afkomstig van de Rotterdamse politie en vanaf dat moment mee in 't schuitje.

De redactievergaderingen hielden Koen, Bert en ik maandelijks en op een doordeweekse dag (lekker rustig) in restaurant 'Rust Wat' in Hoenderloo, aan een pleintje op het zuiden tegenover de ingang van de Hoge Veluwe. Als de zon scheen buiten op het terras, als het regende binnen. U zult trouwens vergeefs zoeken naar 'Rust Wat'; het etablissement heet tegenwoordig De Boerenkinkel: hoe kóm je erbij? Hoewel...

Tevreden bekeken we daar op het terras ons tweede nummer als onafhankelijk maandblad toen Koen z'n Nokia telefoon ging. Koen nam nietsvermoedend op. Als een vloedgolf in een smal rivierdal donderde het verbaal geweld van een woedende man aan de andere kant uit de telefoon; Koen hield hem op een veilige afstand alsof de vonken er uit zouden kunnen spatten en zijn baard in brand steken, de gvd's waren niet van de lucht en het lawaai wist van geen ophouden. De ober kwam eens kijken of er iets mis was, en Koen krabbelde het woord 'Angola' op een bierviltje, maar Bert en ik hadden allang gesnapt waar het over ging.

De kwestie was deze: er was destijds een missie naar Angola, een detachement marechaussees en politiemensen om in dat land de 'goeden' te ondersteunen. Vier van die mensen waren op hun vrije middag gaan zwemmen, en één van die vier was voor de ogen van de andere drie door een krokodil gegrepen en nooit meer terug gezien. Koen was daarover getipt en hij had zoals een goed journalist betaamt het geval uitgespit en bewijs gezocht voor het verhaal, en hij had twee van de drie overgebleven mannen gesproken. Voor geen prijs wilden ze met hun naam in de krant, maar dat hoefde ook niet voor de geloofwaardigheid van het gebeurde. De naam van het slachtoffer trouwens ook niet (naam bij de redactie bekend). Die drie anderen waren natuurlijk op hun beurt allang op het matje geweest bij de staf Rijkspolitie. Er zaten nog geen camera's in de telefoontoestellen van toen en het was zó bliksemsnel gegaan. Ze hadden alleen de schoenen en de kleren van de arme man mee terug naar de compound kunnen nemen, een lijdensweg van verwijten tegemoet...

Ondertussen waren wij wel genoegzaam uitgekafferd en de generaal was zo'n beetje uitgeraasd, de hele redactie was telefonisch op staande voet ontslagen en het zou strafrechtelijk zeker nog wel een staartje krijgen en waar we nou toch de gore moed vandaan gehaald hadden om dit bericht in RPMagazine te zetten? Toen Koen even de kans kreeg zei hij; meneer, is het u ontgaan dat het blad verkocht is aan een onafhankelijke uitgever? Dat het niet langer Rijkspolitie Magazine heet, maar Politie Magazine? Met andere woorden: dat u onze baas helemaal niet bent, en dat onze uitgever blij is met onze onafhankelijke berichtgeving? Lijkt het u een goed voorstel als u ons drieën nu hier uw welgemeende verontschuldigingen aanbiedt? Dan zullen wij er met geen woord meer over schrijven.

Het kwam maar moeilijk uit zijn strot. "Ik geef de telefoon door aan mijn collega, dan kunt u het nog eens proberen," zei Koen. En daarna gaf Bert de telefoon door aan mij.

"De boerenkinkel," zei Koen nog, en we bestelden wildkroketten en een biertje, dat hadden we wel verdiend.

Meer berichten