
Archeologische vondsten
Door: Otto Beaujon AlgemeenDonderdagavond jl. (2 april, Witte Donderdag) kwam de adviseur Archeologie voor Oudewater en Woerden (let op de volgorde) met zijn veldwerkers naar het stadhuis in Oudewater om aan de leden van de Geschiedkundige Vereniging en overige belangstellenden te laten zien wat er zoal aan oudheidkundige vondsten onder het Oranje Bolwerck vandaan gekomen zijn.
Alle stoelen rond de grote vergadertafel van de raad waren bezet door twee dames en verder hoofdzakelijk bekende gezichten van oudere heren.
De archeologen hadden de massa aarde die uitgegraven was voor de fundering annex parkeergarage onder het wooncomplex met metaaldetectoren, zeven en theezeefjes doorzocht en toonden een deel van hun vondsten: een schedel, een inktpotje, een paar schoenzolen, potscherven en een dienblad vol pijlpunten, gespjes, muntjes, sleutels, medaillons en een tapkraan voor een biervat. De schedel, zo bleek de wens de vader van de gedachte, zou van een slachtoffer van de Oudewaterse moord afkomstig (kunnen) zijn.
Eén en ander is ondergebracht in een boekje: Geboren uit de berg, gesponsord door de gemeente Oudewater, en verkrijgbaar via de TIP of de GVO.
Vragen?
Ja, zei André Groen, bouwheer van het Oranje Bolwerck: is dat nu echt zo dat al die spulletjes en die schedel wettelijk eigendom zijn van de eerlijke vinders? Hij legt de situatie graag even uit: Een archeologisch onderzoek ter plekke, voorafgaand aan de bouw zou de oplevering van de woningen pak beet een jaar vertraagd hebben, zeker als dat onderzoek door ambtenaren gedaan had moeten worden. Daarom hadden we afgesproken dat ik alle uitgegraven grond zorgvuldig zou storten op een stuk grond van een vriendin van me in Montfoort, en dat de heren archeologen daar dan op hun gemak en naar hartenlust zouden kunnen zoeken. Zou het dan niet elegant geweest zijn als ook Oudewater iets van die schatten zou mogen ontvangen om ze voor het nageslacht tentoon te stellen?
Op deze manier is het alsof er duizend chocolade paaseitjes in een hoop zand verstopt zijn, en dat de grabbelaars elk eitje dat ze vinden onmiddellijk opeten zonder daarvan iets met een ander te delen.
Leuk geprobeerd, zeiden de archeologen in koor, maar jullie krijgen niks. Iedereen was op slag weer klaarwakker. André’s vraag leidde dus niet onmiddellijk tot een groots gebaar, maar de vraag is gesteld en ligt nu in handen van de wethouder en de geschiedkundige vereniging.
Waterlinies
Deel twee van de avond werd ingevuld door de heer Van Es, medewerker van het regionaal archief, die een lezing gaf over het verschijnsel waterlinie: het ondiep onder water zetten van stukken land om de opmars van vijandelijke legers effectief tegen te houden. Dat er een eerdere waterlinie ten westen van Oudewater geweest is en een latere meer oostelijk, dat wisten de meeste oudere heren in het gehoor eigenlijk wel, maar dat er nog minstens een dozijn andere waterlinies in de Nederlanden geweest zijn, was voor menigeen een openbaring. Gelukkig schonk de gemeente na afloop nog een drankje zodat de diverse onderwerpen in vriendschap verder besproken konden worden.

















