Verhalenwedstrijd Nog niet

De Herman de Manmaand afgelopen zomer eindigde met de verhalenwedstrijd Nog Niet. Waarom deze titel Nog Niet? Nog Niet refereert naar het einde van elk boek van Herman de Man. Daarmee wilde hij aangeven dat het boek nog niet de kwaliteit had waar hij naar streefde.
Herman de Man zet in zijn boeken een tijdsbeeld neer van de Lopiker- en Krimpenerwaard aan het begin van de vorige eeuw. Het waren geen zoetsappige verhalen die hij schreef. De Herman de Manorganisatie vroeg zich af of er schrijvers zijn die de huidige tijd in de Lopiker- en Krimpenerwaard in verhalen konden vatten. Ze schreef daarom een schrijfwedstrijd uit onder de titel Nog Niet. De opdracht was een actueel streekverhaal te schrijven met thema’s van nu.

Er kwamen twintig inzendingen. Maria Glissenaar-Bierlaagh (90) uit Montfoort was een van hen en ontving van de jury een eervolle vermelding. Hieronder volgt haar verhaal.

Te midden van de almaar uitdijende grote steden in West- en Midden-Nederland ligt, wijd uitgestrekt, het Groene Hart, land van polders, sloten, koeien en rustieke stadjes. Oudewater, pittoresk stadje met roemrucht verleden, ligt midden in dit Groene Hart.

En daar, in het centrum van Oudewater, zit op een bankje De Boerenfamilie. Altijd zijn ze hier te vinden: vader, moeder en hun vier kinderen in rustig samenzijn aan het water.

Maar nu zitten ze er niet. De bank is leeg.

De pensionado’s op de terrassen verderop hebben niks in de gaten. Zij genieten van hun pistoletje ambachtelijk gepekelde kaas met rucola. Een zongebruinde man dicteert zijn vrouw de nummers van de knooppuntroute, een vrijwilliger van de Heksenwaag vertelt leden van de Nederlandse CaravanClub over de gruwelijke heksenvervolgingen van weleer. Niemand heeft gemerkt dat er iets vreemds aan de hand is, daar aan het water. Twee vrouwen lopen naar de bank, gaan er zelfs op zitten!

Het brons is nog warm van de familie, die zojuist opgestaan is.

Ze zijn vertrokken, vader, moeder, de vier kinderen. Net als zoveel toeristen is op deze prachtige zomerse dag De Boerenfamilie op stap. Helemaal bijzonder is dat de familie er niet gezamenlijk op uitgaat. Drie bestemmingen staan op het programma; alles is goed voorbereid en besproken.

Moeder en de meisjes pakken de bus naar een educatieve recreatieboerderij met pluktuin, de kleine jongen is vandaag oom Gieljans bijrijder op de rondtocht van de Waardse Truckers, en voor het eerst gaat de oudste meedoen aan het boerenprotest. Vader en hij rijden op de trekker naar Den Haag.

En, solidair als alle boeren zijn, maar vooral uit respect voor De Boerenfamilie hebben de demonstrerende boeren van het Groene Hart hun protest op dezelfde dag gepland als Waardse Truckers hun truckrun. Dat maakt het organiseren van alle tripjes overzichtelijker, bovendien is De Boerenfamilie dan maar één dag geen bezienswaardigheid. Corona heeft al zoveel dagen van het toeristenseizoen opgeëist.

Keiharde afspraak met iedereen is dat het hele gezin uiterlijk half zes weer op de bank zit.

Vrolijk huppelt het meisje naast de moeder, de vlechtjes dansend op haar rug. Ze gaat naar de koeien! Kalfjes en schaapjes voeren, en met andere kinderen spelen in het hooi. En misschien zijn er frambozen in de pluktuin, en appels en peren.

“Er is altijd wat te plukken in de nazomer, ook bloemen!”, zegt de moeder. Ze heeft verlangd naar deze dag, waarop ze overal waar ze maar wil rond kan kijken en misschien in de moestuin werken. Liggend in het hooi de baby voeden, kletsen met andere moeders. En natuurlijk de kalfjes laten zuigen aan haar vingers - zo’n speciaal gevoel.

“Zo jong, stap maar in. Of zal ik je een handje helpen…?”, en met een feestelijke zwaai zet oom Jan de kleine jongen op de voorbank van zijn glimmende truck. “Klik! Dat zijn de veiligheidsriemen. Ons kan niks gebeuren, jong. Heb je d’r zin in?” “Jaaaaa!”, glundert de jongen. Wat zit hij hoog! Torenhoog; ook een beetje eng. Maar er kan niks gebeuren, dat hebben vader en moeder ook gezegd. Al snel vergeet hij zijn angst. Heel veel mensen zwaaien en lachen naar hem! Vrolijk zwaait hij terug, oom start de truck. Verbaasd spitst jongen zijn oren. “Een héél donker geluid … maar vriendelijk”, concludeert hij. Oom lacht. “Jij bent net onze ome Piet. Die snapte van school niet zoveel, maar hij kon zo goed leven. Hield van iedereen en iedereen hield van hem.” De jongen denkt na. “Dat hoort toch ook zo?”

Oom Gieljan lacht. Zijn blik is warm. Hij heeft zin in de truckertocht met zijn jonge neef.

De vader stapt af op de groep rond de trekkers, groet bekenden. Een beetje verlegen volgt de zoon. “Op verlof?’”, grapt voormalig buurman Gerard. De vader geeft zijn oudste een duwtje: “Ja, voor onze toekomst. Voor hem!” “Mooi zo”, roept Gerard, en tegen de zoon: “Boeren staan in het verdomhoekje. Ze willen ons ons land afpakken. Maar wij zorgen voor het voedsel, hier in Holland en in de hele wereld!” De zoon knikt, beducht voor Gerards dwingende heftigheid. “Maar”, denkt hij, “doorgaan met meer kaas produceren voor landen waar eerder bijna geen kaas gegeten werd … nee!” Er is een afspraak met de verkeerspolitie gemaakt om geen onnodig ongemak te veroorzaken, vangt hij op uit de kring boeren. Mooi zo. En na een tocht door het zomerse landschap staan de trekkers keurig in gelid op het Malieveld. Hij hoort daar pas hoeveel opvattingen over de toekomst van het Groene Hart er zijn. Zijn vader vindt dat er niet meer aan de veestapel getornd kan worden. Hij denkt er anders over.

Het was gezellig geweest met de andere gasten - andere moeders met kinderen, een yogagroepje, een hondenfluisteraar -, en heerlijk het werken in de moestuin. Maar intussen is het tijd geworden om terug te gaan naar de bank.

Het meisje heeft genoten van de schattige jonge koetjes - eentje drukte steeds zijn hoofd tegen haar rug. En de moederkoeien keken zo lief! Heel veel bloemen en bijen en allerlei andere insecten, een beetje eng. Een beetje alien, als je goed kijkt… ze was tijd tekort gekomen. “Eigenlijk wil ik hier blijven.…”

De baby maakt een zuchtend geluidje. Voor de volgende voeding moet ze wachten tot op de bank.

Ze krijgen een lift van de hondenfluisteraar.

Glimmend van genot komt de jongste zoon aan in Oudewater. Het is een feestelijke tocht geweest. Meer dan honderd van die grote trucks achter elkaar, overal mensen die zwaaiden. Eigenlijk was hij een beetje moe geworden van het terugzwaaien… Maar als hij zijn ogen dicht doet ziet hij weer de wolken boven het gras en water, hij ziet koeien, eenden en vogels. Bloemen langs alle wegen waarover ze reden in hun vriendelijk tuffende glimmende kasteel. Aanhankelijk nestelt hij zich dicht tegen de moeder.

Daar zijn vader en de oudste! Nog druk in gesprek lopen ze rondjes om de bank. Later zelf gaan boeren is voor de zoon minder vanzelfsprekend dan voor de vader. Hij is dan wel tegen het botweg halveren van de veestapel, maar vindt zijn vader ook niet dat er teveel koeien zijn? Dat het veengebied niet verder kan dalen? “Nee”, vindt de vader, “het karakter, het polderlandschap van onze Krimpener- en Lopikerwaard moet bewaard blijven. En bovendien: hoeveel stikstof produceren industrie en verkeer? Sinds 1990 hebben boeren 60 procent minder uitstoot!” De zoon houdt aan: “Het kan niet allemaal maar doorgaan. Minder koeien, meer uren weiden, meer eiwit in het voedsel; ik noem maar wat - echt idee heb ik nog niet. Meer evenwicht tussen wat nodig is voor de klimaatverandering en wat onze waarden nu zo goed maakt.”

De vader kijkt zijn zoon aan; ‘t is een bijzondere! Wat gaat er groeien uit dat joch… “Kom”, besluit hij, “het is vijf uur, we hebben nog tijd. Wie wil een worst van de Hollandse Eenheidsmaatschappij?”

En weer is hij verbaasd. “Nééé!”, roept het meisje, “ik wil geen vlees meer eten, nooit meer! Niemand op de educatieve boerderij eet vlees”, en: “Nee”, zegt de moeder peinzend, “wel lekker, maar ik wil wennen aan minder vlees. Jammer… We hebben trouwens al gegeten; die hondenfluisteraar wist een snackbar waar ze rivierkreefthotdogs verkopen. Heerlijk en gezond. En je beschermt het milieu.” Ze wordt een beetje lacherig bij die laatste woorden, maar ja, het klopt wel. Die waterkreeftjes zijn een bedreiging voor het leven in de sloten. De kleine jongen trekt juichend en ongeduldig aan zijn vaders mouw: “Jááá! Met mosterd! Kom!”

Gedrieën trekken de mannen de brug over en snel zijn ze weer terug, happend aan hun sappige worst. De kleine jongen reikt, heel lief, de moeder het laatste stukje aan. Hij weet dat ze het heerlijk vindt. En jawel, ze laat zich overhalen. Boos keert het meisje zich van haar af. De vader gaat naast zijn dochter zitten. “Echt nooit meer vlees? Altijd apart eten voor jou?”, vraagt hij haar. “Niet alleen voor mij natuurlijk!” Verbaasd over wat ze zomaar gezegd heeft draait ze zich langzaam om. Zo kan ze beter nadenken over de gevolgen van haar plotselinge besluit.

De oudste heeft uit zijn jaszak het mapje artikelen gepakt dat hij op het Malieveld heeft gekregen, over de toekomst van het Groene Hart. Meer snijmais voor minder stikstof, onderwaterdrainage tegen bodemdaling; het duizelt hem. Wat is goed voor het land, wat is goed voor iedereen?

Dat vraagt de moeder zich ook af. Hoe vegetarisch moet je zijn, hoe behoudt het Groene Hart zijn rust? De kleine jongen drukt zich weer tegen haar aan, de baby maakt een zuchtend geluidje.

En de vader? Hij kijkt ver weg, hij kijkt naar een toekomst, die net zo min volmaakt zal zijn als vroeger, als nu. Misschien beter dan nu? Anders dan nu, dat weet hij zeker. Maar hoe, dat weet hij niet. Nog niet. Hun kinderen zullen laten zien hoe.

Het is half zes, de Boerenfamilie neemt weer haar bronzen verschijning aan.

En wie goed kijkt, ziet meer ontvankelijkheid voor een nog ongewisse toekomst.

Catherine Opmaat


Beeld van de boerenfamilie (foto NLChristel Photography).

Beeld Herman de Man

Beeld auteur; linkerpersoon op de foto

Meer berichten