Gert Lieshout: meester, verzetsman en steun en toeverlaat van boeren

Gerardus Jacobus (Gert) Lieshout was een markante persoonlijkheid. Hij was niet groot, maar je liep beslist niet zomaar over hem heen. In 1927 werd hij in Montfoort aangesteld als hoofd van de daar opgerichte landbouwschool. Hij heeft veel betekend voor boeren in de regio en was in de oorlog actief in het verzet. Kees Bazuine en zoon Paul Lieshout haalden herinneringen op. Het volgende artikel is een verkorte weergave.

Jeugdjaren in Vreeswijk

Gert Lieshout werd geboren in Vreeswijk op 18 april 1898. Hij was het eerste kind van Johannes Lieshout (1868 - 1915) en zijn echtgenote Cornelia van Leusden (1872 - 1948). Na Gert volgden nog zeven kinderen, waarvan er drie al op jonge leeftijd overleden. Gert was 15 toen vader op 46-jarige leeftijd overleed.

Nadat hij de lagere school had doorlopen, ging hij in eerste instantie bij een timmerman aan het werk. Daar bleek hij niet voor in de wieg gelegd. De pastoor van Vreeswijk gaf moeder Cornelia de raad om Gert een opleiding tot onderwijzer te laten volgen. Dat gebeurde en hij behaalde zijn onderwijsakte. Na het doorlopen van de militaire dienst vestigde Gert zich in Soest, waar hij als onderwijzer in het R.K. lager onderwijs ging werken. Hij leerde daar Barbara Francisca (Bep) van Schalkwijk kennen waarmee hij op 30 juli 1924 trouwde.

Land- en tuinbouw onderwijs in Montfoort

In de tachtiger jaren van de negentiende eeuw werd de Nederlandse overheid zich steeds meer bewust van het feit dat de Nederlandse land- en tuinbouw een grote achterstand had op andere landen. Een gevolg van onvoldoende ontwikkeling en gebrek aan vakkennis. Er werd vooral ingezet op een verbetering van de professionalisering van de boer. Gert had al jong een speciale interesse voor boerenbedrijven. Vooral voor de mensen die daar werkten en woonden. Naarmate hij ouder werd, werd zijn interesse voor hen steeds groter. Hij voelde zich sterk betrokken. Deze betrokkenheid en de ontwikkelingen brachten Gert ertoe de akten landbouw en tuinbouw te gaan behalen. Door het verzorgen van lessen en cursussen dacht hij (aankomende) boeren te laten zien en ervaren, dat de tot ontwikkeling komende land- en tuinbouwwetenschappen wel degelijk wat te bieden hadden.

In Montfoort werd op 24 oktober 1923 de afdeling Montfoort van de Aartsdiocesane Rooms-Katholieke Boeren- en Tuinders Bond (ABTB) opgericht. Van het begin af aan werd ingezet op de organisatie en uitvoering van cursussen en lezingen. Als één van de belangrijkste speerpunten van de ABTB werd het realiseren van een eigen lagere landbouwschool in Montfoort vastgelegd. Met ingang van 1 september 1927 werd G.J.(Gert) Lieshout benoemd tot hoofd van deze landbouwschool. Hij zette de school en het onderwijs van de grond af aan op.

In oktober 1927 verhuist het gezin, Gert en Bep Lieshout, met hun inmiddels twee zonen Hans (1926) en Paul 21 juli (1927) naar Montfoort. Vlak voor de feestelijke opening van de school op 7 november 1927. In die periode zette hij zich op veel terreinen in. Hij zorgde dat de landbouwschool goed draaide, hielp bij de verdere ontwikkeling van de ABTB in Montfoort, organiseerde diverse cursussen en liet onderzoek doen naar het vetgehalte van melk en de geschiktheid voor het maken van kaas. Ook was hij technisch adviseur van 'De jonge Boerenbond'. Door al zijn activiteiten in Montfoort en omgeving had Gert Lieshout met veel boeren contacten en werd hij een bekende figuur.

In 1938 werd gestart met het bouwen van een nieuwe lagere landbouwschool aan de Doeldijk. Naast de school werd een nieuwe woning gebouwd voor het hoofd van de landbouwschool aan de Doeldijk (274a, nu Doeldijk nr. 18). Op maandag 28 augustus 1939 vond de feestelijke inzegening en opening van de nieuwgebouwde landbouwschool plaats. Deze feestelijke bijeenkomst moest echter voortijdig worden beëindigd, omdat de algehele mobilisatie werd afgekondigd.

Tweede Wereldoorlog en Verzet

Het gezin Lieshout telde mei 1940 negen kinderen, waarvan de oudste (Hans) 14 jaar was en de jongste (Corry) 2 jaar. Op vrijdag 10 mei 1940 vielen de Duitsers Nederland binnen. Op de derde dag van de gevechten tegen de Duitsers (zondag 12 mei) kreeg burgemeester Kemme van de gemeenten Montfoort en Willeskop de vraag van de overheid om inwoners van de gemeenten Buren en Zoelen op te halen en die onder te brengen in zijn gemeenten. Gert van Lieshout werd gevraagd de leiding over deze evacuatie-actie op zich te nemen. Gert raakte vanaf die gebeurtenis steeds verder betrokken in het verzet. Hoe en waar precies is niet bekend. Waarschijnlijk is, dat hij zich allereerst inzette om zijn leerlingen en oud-leerlingen voor Arbeitseinsatz in Duitsland te behoeden.

Het verzet tegen de Duitse overvallers kwam in Nederland maar langzaam op gang. Bij velen leefde de gedachte, dat het allemaal wel los zou lopen met de bezetting. Totdat de Duitsers hun ware gezicht toonden en duidelijk werd dat de werkelijkheid anders lag. Die werkelijkheid werd onder andere duidelijk door de scherper wordende, vijandige propaganda van de Duitsers én de beginnende Jodenvervolging.

Rond deze tijd speelde ook de kwestie van de 'Nederlandsche Landstand'. Een organisatie, die in oktober 1941 werd opgericht. In de hiernavolgende jaren werd deze organisatie verder opgebouwd vanuit nationaalsocialistische gedachten en ideeën, met veel NSB-sympathisanten. Alle boeren werden automatisch lid en moesten contributie betalen. Begin 1943 waagde de Nederlandsche Landstand het om zich met het lager landbouwonderwijs te bemoeien. Voor aartsbisschop De Jong was toen de maat vol. Hij gaf aan, dat de lagere landbouwscholen moesten sluiten.

Gert Lieshout werd doorbetaald en kreeg hierdoor ruimte om zich meer in te zetten voor onderduikers. Een taak die hij steeds meer richtte op het verstrekken van vervalste persoonsbewijzen, distributiebonnen, distributie-stamkaarten en levensmiddelen.

In januari 1945 zat Gert Lieshout tot over zijn oren in het verzet in de regio. De Duitsers vermoedden dit al langer. Begin januari 1945 moest hij bij een wat hogere Duitse militair komen. Die vertelde hem, dat hij in de gaten werd gehouden en dat hij echt moest uitkijken. Hij werd verdacht van tegen het Duitse rijk gerichte vijandige activiteiten. Hierover vertelt zijn zoon Paul Lieshout: "Dat vader in het verzet zat wisten wij als kinderen niet. Alleen mijn moeder wist daarvan. Over verzet zelf werd thuis nooit gesproken". In januari 1945 werden steeds meer Montfoortse mannen opgeroepen voor de 'Arbeitseinsatz' in Duitsland. Dit was voor vader Lieshout aanleiding om zijn zoon Paul onder te laten duiken.

Op maandag 29 januari 1945 zou Gert Lieshout vervalste papieren, bonnen en etenswaren naar onderduikers in boerderijen in de omgeving van Montfoort gaan brengen. Maar 's nachts was hij ziek geworden. Zijn vrouw Bep ging in zijn plaats op pad. 's Middags werd Gert door twee Duitse soldaten van zijn bed gelicht. Hij moest bij de Ortskommandant van Montfoort komen. Hij werd beschuldigd van het feit dat hij de Wehrmacht tegenwerkte, hetgeen hij ontkende. Na hierover zo'n vier uur aan de tand te zijn gevoeld, zou hij rond half zes naar Utrecht worden overgebracht. Onder begeleiding van de twee Duitse soldaten werd hij van het gebouw van de Ortskommandatur naar De Zwaan begeleid. Daar wist hij te ontkomen omdat de Duitse soldaten hem toestonden zich om te kleden in een andere kamer (de kleren waren hem nagebracht door een van zijn kinderen). Op een onbewaakt ogenblik ontvluchtte hij het gebouw. Via de Lieve Vrouwegracht, Om 't Hof en Vrouwenhuisstraat vluchtte hij naar de garage van Van Jaarsveld op de Heeswijkerpoort. Daar kreeg hij een schuilplaats en kon hij tot de volgende dag blijven.

Toen de Duitsers (de dag ervoor) doorhadden, dat de vogel was gevlogen, waren zij woedend. Er werden een paar officieren en soldaten naar het huis van het gezin Lieshout op de Doeldijk gestuurd. 't Hele huis werd doorzocht en op zijn kop gezet. Montfoort werd volledig afgesloten en uitvalswegen werden bewaakt. Vele huiszoekingen werden verricht. Maar Gert werd niet gevonden. De officieren en soldaten, die naar het huis van Lieshout waren gestuurd kregen de opdracht om die nacht in het huis van het gezin Lieshout te blijven. Moeder Bep Lieshout kwam 's avonds terug van haar ronde langs boerderijen. Tot haar verbazing zag en hoorde zij de Duitsers. Die verbazing was wederzijds. De Duitsers vroegen zich af: "Wat komt die vrouw hier doen?" Zij dachten dat dienstbode Anna Vendrig de moeder van de kinderen was. Moeder Bep Lieshout, Anna Vendrig en de acht aanwezige kinderen moesten die nacht op de begane grond in de voor- en achterkamer slapen.

De dag na zijn vlucht ging Gert Lieshout naar een veiliger onderduikadres. Via via kwam hij bij verzetsman Han Putman in Oudewater terecht waar hij zo'n vijf weken verbleef. Daarna leek het onderduikadres bij Han Putman onverwacht te link te worden. Waarop Putman Gert naar Wijnand van Dijk in de Leeuweringerstraat in Oudewater bracht. Hier kon Gert maar kort blijven. Daarna werd hij naar het onderduikadres langs de Lange Linschoten van de familie Vergeer gebracht. Daar waar zijn zoon Paul al ondergedoken zat.

Na zijn ontsnapping werd het gezin Lieshout drie weken lang dag en nacht bewaakt. Niemand mocht alleen het huis uit. Ook van buiten mocht niemand het gezin Lieshout bezoeken. Na een paar dagen begonnen de Duitsers te dreigen. Ze zeiden dat Gert nu wel binnen tien dagen hier in huis moest zijn. Zo niet, dan werd moeder Lieshout naar een werkkamp gebracht. Haar kinderen zouden dan bij haar weggehaald worden en naar een ander kamp worden gebracht. Moeder besloot te doen alsof zij ziek was. Wanneer niemand keek, tikte en klapte zij zichzelf zo af en toe wat op de wangen, waardoor die wat roder werden. Ook ging zij zich onhandiger en verstrooider gedragen. Ze zei tegen de Duitsers, dat zij zich helemaal niet goed voelde en graag boven op bed wilde gaan liggen. Na inschakeling van dokter Verheijen, die het spel meespeelde, kon moeder thuisblijven. Zij bleef vanaf 2 februari tot 9 april 1945 in bed liggen.

De Bevrijding en daarna

In Montfoort gonsde het op zaterdag 5 mei 1945 van de geruchten over de bevrijding. Maar op straat waren nog steeds Duitse soldaten. Met het oog hierop meende moeder Bep Lieshout, dat Gert er goed aan deed, om niet meteen naar huis te komen. Op maandagmiddag 7 mei 1945 vertoonden zich voor het eerst geallieerde militairen in de gemeente. Er werd toen voor het eerst weer voorzichtig gevlagd. Pas de volgende dag (dinsdag 8 mei) werd uitbundig feest gevierd in Montfoort. Op woensdagochtend 9 mei kwam vader Lieshout voor het eerst even thuis. Hij moest wel meteen weer door naar IJsselstein. Daar rekenden ze op hem. Samen met twee anderen maakte hij daar deel uit van een staf van de Binnenlandse Strijdkrachten. Binnen de staf die verantwoordelijk was voor bewaking kreeg hij de taak te zorgen voor de voedselvoorziening van de daar aanwezige verzetsmensen (toen leden van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten) én voor NSB-ers uit de regio, die op een terrein van een pannenfabriek in IJsselstein gevangen werden gezet. Vanaf 9 mei 1945 ging Gert Lieshout voor de uitvoering van deze taken een aantal dagen achtereen naar IJsselstein.

Lang zal dat niet geweest zijn. De in IJsselstein populaire burgemeester Abbink-Spaink, die in de oorlog was afgezet, werd al snel in ere hersteld. Voor het herstel en de opbouw van het naoorlogse IJsselstein stuurde Abbink-Spaink al snel aan op een inzet van de vanouds gebruikelijke en bekende structuren en organisaties (zoals gemeenteraad, ambtenaren, wethouders, e.d.) met mensen die hij kende. Na die korte periode zette Lieshout zich in om zijn school in Montfoort, zo snel en verantwoord, mogelijk weer op te kunnen starten. Hij bleef daarnaast veel nevenactiviteiten vervullen.

In 1961 ontving Gert voor zijn vele verdiensten voor de lagere landbouwschool in Montfoort én zijn vele verdiensten voor tal van landbouworganisaties en -instellingen een Koninklijke onderscheiding (Ridder in de orde van Oranje Nassau). Op 31 december 1963 ging hij met pensioen. Hij overleed op 1 januari 1985.

Meer berichten