De laatste melkboer
pr

De laatste melkboer

De vorige aflevering ging over mensen langs de deur en twee verdwenen beroepen. Aansluitend dit verhaal over de laatste melkboer van Oudewater die naast de melkzaak ook nog zijn producten uitventte: Sjaak Jongerius.

Jan de Munnik

Sjaak Jongerius werd in 1927 in Utrecht geboren. Na zijn schooljaren in Hoograven ging hij werken bij een melkboer in Utrecht waar hij op de bakfiets, met daarop twee bussen melk en een houten kist met margarine en eieren, de klanten afging. Maar Sjaak wilde meer: een eigen zaak beginnen. Die mogelijkheid deed zich voor toen hij ingeseind kreeg dat de winkel en melkwijk in de Leeuweringerstraat no 1 in Oudewater van Jan de Munnik ter overname beschikbaar kwam. Sjaak ging stage lopen in Oudewater en ook hier reed hij rond met een bakfiets. Doordeweeks sliep hij op een stapelbed bij het gezin en in het weekend was hij bij zijn ouders in Utrecht. Het beviel Sjaak wel in Oudewater en met steun van zijn ouders en schoonouders nam hij de zaak en wijk van Jan de Munnik over. Sjaak trouwde in 1953 met zijn grote liefde An de Groot van een tuindersfamilie uit Vleuten/De Meern en het jonge echtpaar ging het grote avontuur in Oudewater aan.

Met de ponywagen naar de klanten

An had al de nodige ervaring opgedaan in een melkwinkel op Zuilen, dus zij kon naadloos aan de slag in hun winkel, terwijl Sjaak met een ponywagen zijn wijk door de binnenstad van Oudewater deed. In de wintermaanden stond de Shetlandpony op stal in de Gasthuissteeg, maar tijdens de andere maanden graasde het beestje lekker op een weiland in Papekop. Dagelijks ging Sjaak met de fiets naar Papekop om zijn trouwe viervoeter op te halen.

Om half 4 in de ochtend werd de melk aangeleverd door de 'Goudse Melkcentrale'. Ieder in het stadje lag nog te slapen als met veel lawaai de ijzeren kratten en bussen afgeleverd werden met 'dagmelk' en 'bewaarmelk'. Tevens stonden bloempap en karnemelk op het lijstje. Sjaak kwam, om zich te onderscheiden, met wat nieuws op de proppen: 'Jongerius Kluiten'. Hij bestelde boter bij Gouda's Glorie, deed die in potten en zette zijn eigen naam erop. Van Loman uit Harmelen nam Sjaak de kwaliteitskaas af.

Om 5 uur ging in huize Jongerius de wekker. An startte met het schrobben van de stoep met chloorwater, de wagen werd geladen, er werd gegeten en Sjaak kon aan zijn tocht door Oudewater beginnen. De drukbezochte winkel werd gerund door An. Daar zwaaide zij de scepter. Eigenlijk was de zaak permanent open. Zelfs 's avonds kon men er nog terecht zolang de winkeldeur 'los' was. Het echtpaar vulde elkaar goed aan en An was dan ook echt de 'melkboerin'. De melkboer zelf stapte rond 7 uur in zijn licht crème kiel, met de geldtas en het onafscheidelijke opschrijfboekje al bij zijn eerste klanten naar binnen. Die eerste klanten waren meteen zijn beste: het ziekenhuis en het pensionaat in de Kapellestraat. In de bijkeuken van het klooster stond dan al een rij van tien emmers van ieder 10 liter klaar om door hem gevuld te worden.

Sjaak had wel wat met die nonnen. Een paar keer per jaar werd hem gevraagd een zestal nonnen naar het zusterhuis in Bennebroek te rijden. Dat gebeurde met de bestelwagen, die de opvolger was van de ponywagen. Daarin had Sjaak de vaste achterdeuren vervangen door een rolluik waardoor hij gemakkelijker bij zijn melktank kon komen. Maar speciaal voor het reisje met de zusters werd de roldeur uit de bestelwagen gehaald en de vaste deuren tijdelijk teruggeplaatst. En daar ging de Oudewaterse melkboer op zijn vrije dinsdagmiddag met zes nonnen zittend op een melkkratje in een donkere bestelauto hobbelend op stap naar het Noord-Hollandse stadje vlakbij Haarlem.

De route door de stad

De meesten op zijn ventroute waren zogenaamde 'opschrijfklanten'. Alles werd met het potloodje in het opschrijfboekje genoteerd en meestal werd er dan op zaterdag afgerekend. Mocht er eens een klant slecht bij kas zitten, dan was Sjaak nooit te beroerd haar (want het waren natuurlijk meestal huisvrouwen) wat uitstel te verlenen.

Mevrouw Streng van het snoepwinkeltje in de Kapellestraat was een van de eersten die hij bezocht, omdat zij vaak het nodige wisselgeld voor hem had klaarliggen. Na dit begin startte de vaste route door de stad. De pony wist precies waar hij moest stoppen. Ook waar hij van een klant een suikerklontje kreeg, want dan ging hij met zijn voorpoten vast op de stoep bij de deur staan.

Altijd stond Sjaak klaar met een vriendelijk woord of grapje en was daardoor erg gezien bij zijn klanten. En als hij een geintje met een van hen kon maken, dan greep hij die kans. Ook toen het hem was opgevallen dat mevr. Boetekees al weken aan de deur kwam zonder gebit. "Is gebroken", zei ze als verklaring. Nou wil het geval dat Sjaak juist in die tijd een nieuw gebit kreeg aangemeten. Toen dat gebit er uiteindelijk was, vroeg hij de tandarts of hij zijn oude gebit ook mee kon nemen. Daarmee ging hij de volgende dag naar mevr. Boetekees en bood haar zijn oude gebit aan. Verheugd stopte zij het in haar mond, maar de teleurstelling was groot toen het niet bleek te passen. Met een grote grijns op het gezicht vervolgde Sjaak de tocht langs zijn andere klanten.

Om 12 uur werd er gegeten en even een kort tukkie op de bank gedaan. Daarna nog een klein rondje en dan zat rond 2 uur het venten er die dag op en konden er andere klusjes gedaan worden zoals het schoonspoelen van flessen en melkbussen.

Om 5 uur moest Sjaak op de winkel gaan passen, want dan ging moeders voor het eten zorgen. Het echtpaar werd gezegend met zes kinderen. Ook zij werden regelmatig ingeschakeld. Voor en na schooltijd en zelfs tijdens de middagpauze en de vakanties moesten de kinderen bijspringen zowel in de winkel als in de wijk. Allen hebben wel de geldtas omgehangen gehad.

Zondagavond: kopavond

Traditioneel was de zondagavond in huize Jongerius 'Kopavond'. Na de avondmaaltijd kwam al het papiergeld dat die zaterdag ontvangen was op de tafel en werd het hele gezin ingeschakeld om te 'koppen'. De vijfjes, tientjes enz. werden op stapeltjes bij elkaar gelegd met de kop van de persoon op het bankbiljet naar boven. Bankbiljetten die erg verfrommeld waren, werden keurig met de strijkbout weer gladgestreken. Nadat de stapeltjes bankbiljetten van een elastiekje waren voorzien, werden ze in een cassette gedaan en naar de nachtkluis van de Rabobank gebracht. Zodra de cassette daarin was gegooid, kwam er een lege cassette terug, die dan weer bij de volgende geldstorting gebruikt kon worden.

Nou wil het geval dat Sjaak regelmatig iets kwijt was. Dat varieerde van zijn potlood, dat meestal achter zijn oor stak, en opschrijfboekje tot de sleutelbos. Als er echt iets belangrijks werd vermist, bad zijn vrouw An tot de Heilige Antonius of die er voor kon zorgen dat het voorwerp weer gevonden werd. Het "Heilig Antonius beste vrind, zorg dat ik mijn …. weer vind" werd bij verlies in menig katholiek gezin in die jaren gebeden. Zo gebeurde het ook een keer dat Sjaak de cassette kwijt was, waardoor hij het geld niet in de nachtkluis kon deponeren. Hij besloot een truc uit te halen. Hij gooide een baksteen in de nachtkluis en verdraaid er kwam keurig een lege cassette naar buiten. De volgende dag werd er op de bank druk over gesproken en gegist wie dat geflikt zou hebben. Dochter Jacqueline, die toen op de bank werkte, kwam die avond met het baksteenverhaal thuis. Pas toen vernam ze dat haar eigen vader dat op zijn geweten had.

Ja, Sjaak hield wel van een geintje. Als fervent aanhanger van D.O.S. en later F.C. Utrecht dreigde hij een belangrijke wedstrijd te moeten missen omdat het stadion geheel was uitverkocht. Daar werd het volgende op gevonden: Bij De Wulverhorst charterde hij een rolstoel. Op de parkeerplaats bij stadion Galgenwaard nam zoon Rob plaats in de rolstoel. Over zijn benen werd de slaapdeken gedaan waaronder Sjaak altijd zijn middagdutje deed en zo ging het tweetal met een stalen gezicht richting de hoofdingang. Ze werden uiterst vriendelijk ontvangen en kregen een ereplaats aan de rand van het veld toebedeeld. Zo kon het tweetal met een grote glimlach op het gezicht de wedstrijd van wel zeer nabij volgen.

Van nieuwe ideeen tot speciaalzaak

In de loop van de tijd veranderde er veel. Sjaak deed zijn kiel voorgoed bij de was en droeg voortaan een blauwe stofjas, de bestelwagen werd ingeruild voor een elektrisch aangedreven Spijkstaal melkwagen met aanhanger en het assortiment werd steeds meer uitgebreid om de concurrentie met de opkomende supermarkten te kunnen aangaan. Zoon Leon kwam in de zaak en er werd besloten om op zondag Campina-ijs te gaan verkopen. Bij de nonnen werd een bank gecharterd en zo ontstond in 1965 het eerste terras in Oudewater. De concurrentie werd echter nog moordender toen aan de overkant de Multimarkt (nu COOP) zijn intrek nam. Er werd toen besloten er een echte speciaalzaak van te maken: 'De Vers-Specialist Jongerius'. Er werden fijne vleeswaren verkocht. An braadde daarvoor op de Damweg, waarnaar ze inmiddels verhuisd waren, de lekkerste rosbief en er waren speciale wijnen en noten in het zeer gevarieerde assortiment.

In 1991 stopten An en Sjaak. Hij had altijd gezegd: "Als de 'IJzeren Hond' (de bijnaam voor de Spijkstaal) door zijn hoeven zakt, dan stop ik ermee". En dat was in 1991 inderdaad het geval. Na 30 jaar trouwe dienst vielen de gaten in de carrosserie. Na 40 jaar hard werken, de afnemende gezondheid en een ander winkelpatroon van de klant waren mede de oorzaak van het stoppen met de melkwijk en de speciaalzaak over te laten aan Leon en Bea, terwijl zoon Rob 'in het ijs ging'.

Nadat An en Sjaak een tijd op de Damweg gewoond hadden, verhuisden ze uiteindelijk naar de Utrechtse Straatweg. An zou 71 jaar worden, Sjaak 79.

Leon en Bea hebben het nog bijna tien jaar volgehouden in de Leeuweringerstraat, maar toen moesten zij toch uiteindelijk in het jaar 2000 de zaak sluiten. Maar Rob: die is er nog met zijn bij velen zeer geliefde 'IJssalon Roberto!'

Bronnen: Ko en Rob Jongerius.

De vorige afleveringen van ff z@ppen zijn gebundeld in vier delen. Daarbij is gebruik gemaakt van extra materiaal als aanvulling. De rijk geïllustreerde boekjes zijn voor e 17,50 in Oudewater te koop bij de Read Shop, de TIP en bij de schrijver zelf op De Cope 6. Eind 2020 is 'ff z@ppen deel 5' op de markt gekomen. Onder de titel 'Oudewater 1940-1945' staat dit deel geheel in het teken van de Tweede Wereldoorlog.

Meer berichten