Ook na de oorlog kwamen de drie nog zeer regelmatig bij elkaar: v.l.n.r. Jan, Hein en Arie. Het was met recht een 'vriendschap voor het leven'. In moeilijke tijden zochten ze elkaar altijd op. Er ontstond ook een sterke band tussen hun kinderen onderling, die tot op de dag van vandaag bewaard bleef. Na het overlijden van Arie is de weduwe van Hein, die inmiddels 94 jaar oud is, ook nog op bezoek geweest in de Ruige Weide.
Ook na de oorlog kwamen de drie nog zeer regelmatig bij elkaar: v.l.n.r. Jan, Hein en Arie. Het was met recht een 'vriendschap voor het leven'. In moeilijke tijden zochten ze elkaar altijd op. Er ontstond ook een sterke band tussen hun kinderen onderling, die tot op de dag van vandaag bewaard bleef. Na het overlijden van Arie is de weduwe van Hein, die inmiddels 94 jaar oud is, ook nog op bezoek geweest in de Ruige Weide. Picasa

Arie van Vliet - FF Z@PPEN NAAR DE VORIGE EEUW (107)

Algemeen

Het zal u vast niet ontgaan zijn. Enkele weken geleden, om precies te zijn op 16 september, is een zeer markante persoon uit onze omgeving overleden: Arie van Vliet uit de Ruige Weide. Velen kenden hem als 'De burgemeester van Poppelendam'. Het was een schok voor ons, want wij hadden slechts enkele maanden daarvoor met Arie een gesprek gehad over zijn oorlogsbelevenissen tijdens de Arbeitseinsatz voor ons boek over de Tweede Wereldoorlog. Eigenlijk wilde hij er niet over praten, maar gelukkig kwam hij ons tegemoet door het toch te doen, zodat we zijn bijzondere ervaringen in het boek konden opnemen.

De drie musketiers

Arie werd op 17 juni 1924 geboren op de Theodorushoeve, Provincialeweg oost 15 net voorbij het Vette Varken. Toen hij 19 werd, kreeg hij een verjaarscadeau waar hij op zijn zachtst gezegd totaal niet blij mee was. Hij moest zich melden om in Duitsland te gaan werken voor de Arbeitseinsatz. Nooit verder van huis geweest dan een bezoek aan de kaasmarkt in Gouda en nu dit: werken voor de Duitsers in een vijandig land waarvan hij de taal niet sprak. De schrik sloeg hem om het hart. In allerijl liet zijn vader een houten koffer van triplex bij Piet Vermeij maken. Daar werd o.a. kaas in gestopt en een bijbel waarin zijn moeder voor hem had geschreven: 'Als g' in nood gezeten, geen uitkomst ziet, wil dan nooit vergeten: God verlaat u niet.'.

De volgende dag werd Arie door zijn vader met de paardenbrik naar het station in Gouda gereden. Toen hij op de trein naar Duitsland wilde stappen, ontmoette hij twee neven uit de Bollenstreek: Jan van Leeuwen en Hein Heemskerk. Zij zagen dat Arie alleen was en nodigden hem uit in hun coupé plaats te nemen. Het klikte tijdens die treinreis meteen tussen de drie en ze zouden de twee jaren in Duitsland onafscheidelijk blijven. Een groot geluk voor Arie: die kameraadschap was een geweldige steun in de vele moeilijke periodes die nog zouden volgen.

Het eindstation was Limburg an der Lahn. Daar moest het drietal gaan werken bij de firma Ohl. Door dit bedrijf werden in de oorlog granaten gemaakt. In Allendorf werden die gevuld met dynamiet. Het drietal woonde in een wegenbouwwagon op het Lager bij de fabriek. Bij aankomst in het Lager kreeg Arie al een eerste schop onder zijn kont van de Lagerführer omdat hij wat moeite had met het dragen van zijn zware koffer: 'Lauf, Höllander, laufen.' Geen lekker begin dus.

Het was hard werken in de fabriek: de ene week 's nachts, de andere week overdag en dat elf uur per dag. Op zondag waren ze vrij.

Regelmatig werd de fabriek gebombardeerd. Het ergste bombardement vond plaats op Kerstavond 1944. Er werd een fosforbom gegooid. Door de kracht ervan werd veel grond opgegooid waaronder Hein bedolven raakte. Met veel moeite konden de twee hem nog net op tijd uitgraven, maar Hein wilde de rest van zijn leven nooit meer over het voorval praten, zelfs niet tegen zijn eigen vrouw. Dat kon hij emotioneel niet aan. De fabriek was veranderd in een puinhoop. Ze konden er niet meer werken. De machines werden verplaatst naar Flacht. Daar ging de productie van granaten verder tot de Amerikanen ook deze fabriek vernietigden.

Vanaf nu ben je mijn zoon

Arie maakte daar in Duitsland de meest verschrikkelijke dingen mee. Hij had een geweldige steun aan zijn twee kameraden, het geloof en de brieven die hij regelmatig kreeg van zijn meisje Rijkje de Koning uit de Ruige Weide. Maar vooral in de beginperiode werd Arie door heimwee overmand. Zo ver van huis en familie.

Juist in die periode overkwam hem iets heel bijzonders. Onverwachts werd hij door het arbeidsbureau opgeroepen om bij boer Wilhelm Schwenk in Lohrheim te gaan helpen bij de hooibouw. De boer moest twee bedrijven draaiende zien te houden: dat van hem en zijn broer Fritz, die als militair aan het Oostfront was. Er was dus personeel nodig. Arie draaide mee in het gezin met de kinderen Ellie, Tonie, Erich en Inge. Toen hij een poosje bij de boer in Lohrheim was, zei moeder Schwenk tegen hem: "Je hebt heimwee". Ze pakte Arie beet, gaf hem twee zoenen en zei: "Vanaf nu ben je mijn zoon!" Dat was achteraf het mooiste dat Arie in die tijd was overkomen. Hij zei daar later over: "Het was een zware tijd. Het was vaak een strijd om verder te leven. Pas nadat moeder Schwenk me aannam als haar zoon, knapte ik op."

De boer wilde hem na acht weken graag houden, maar Arie moest terug naar de fabriek om 'Der Krieg' te winnen. Eén keer in de veertien dagen echter liepen Jan, Hein en Arie op zondagmiddag de veertien kilometer op houten schoenen naar Lohrheim. Ze genoten er van de gastvrijheid en warmte in het Duitse boerengezin. Als ze weer terugkeerden naar het kamp, kregen ze brood, boter en fruit mee.

Na de oorlog is het contact gebleven. Regelmatig bezocht Arie, met zijn vrouw Rijkje, zijn weldoeners uit die tijd. En ook de Schwenkjes hebben verschillende keren, op de motor, de Ruige Weide aangedaan. Na het overlijden van Arie was er zelfs nog contact met de familie. Door corona kon men uit Duitsland niet bij de begrafenis aanwezig zijn, maar men liet wel een krans bezorgen.

De laatste oorlogsdagen

De omstandigheden voor het drietal bleven zwaar. Arie mocht nog wel voor verlof tien dagen naar huis, kon even kort met Rijkje contact hebben, maar moest daarna weer terug anders werden de andere twee achterblijvers gestraft. Jan en Arie waren al met verlof geweest toen deze regeling plotseling werd stopgezet. Hein had pech. Hij moest in Duitsland blijven. Ook kreeg Arie bij een bombardement een granaatscherf in zijn linkerbeen. Jan bedacht zich geen moment en peuterde met zijn mes de scherf uit Aries been, terwijl het slachtoffer het uitgilde van de pijn. Er waren momenten dat het drietal het niet meer zag zitten en in huilen kon uitbarsten. "We komen nooit meer terug", dachten ze dan. Aan het eind van de oorlog moesten ze veel opruimen: ook veel lichamen van dode mensen. Bijvoorbeeld toen er een bom was gevallen op een bunker en iedereen dood was. Maar de bevrijding naderde. Het oorlogsgeluid kwam steeds dichterbij.

De bevrijding

Op 22 maart 1945 zagen ze de eerste Amerikanen, maar echt bevrijd waren ze nog niet. De Duitsers hadden de bruggen over de Lahn opgeblazen. De hele weg stond vol met Amerikanen die de rivier niet over konden en men was druk bezig met het aanleggen van een noodbrug. De dwangarbeiders zaten klem tussen de Amerikanen en de S.S.-ers. Ze konden de stad niet uit. De fluitende granaten vlogen over en weer.

Heel ingrijpend voor ze was de komst van vijf Duitse soldaten. Ze wilden niet meer meevechten en meldden zich bij de dwangarbeiders. De deserteurs waren van hun leeftijd en gaven zich huilend aan hen over. Geweren en mitrailleurs werden ingeleverd en men ging op zoek naar burgerkleding voor de vijf zodat ze niet meer zouden opvallen. Voor drie van hen werd iets gevonden, maar de twee anderen moesten hun uniformen aanhouden. Opeens verschenen er S.S.-ers. Zij zagen de twee deserteurs en schoten ze per plaatse voor hun ogen dood. Als aan de grond genageld door verbijstering over het voorval keken de dwangarbeiders toe. Net zo plotseling als ze gekomen waren, verdwenen de Duitsers ook weer in de nacht. Een Amsterdammer in het groepje riep de anderen op de in het duister wegrennende S.S. te beschieten, want ze hadden nu wapens. Dat deden ze. De volgende dag, bij het aanbreken van de dag, zagen ze de Duitsers dood op het bergpad liggen. De drie Duitsers in burgerkleding werden die dag uitgeleverd aan de Amerikanen. Zij hadden de oorlog door die burgerkleding overleefd, maar hun twee kameraden niet met de bizarre reden dat er voor hen geen burgerkleren meer voorhanden waren.

Daags na de bevrijding mocht het drietal met een Ausweis Limburg in. Overal lagen lijken in de straten. Het maakte diepe indruk. Ook zagen ze tussen de doden een dikke politieman liggen. Ze hadden altijd veel last van de rotzak gehad.

Ineens kwamen ze hun Lagerführer tegen. Jan greep zijn kans, pakte hem beet en smakte hem op de grond. Daarna moest de treiteraar drie keer "Leve de koningin" zeggen voordat Jan hem losliet. Als afsluiting gaf hij hem een trap onder zijn kont na. Met een trap onder de kont waren ze door hem verwelkomd, nu nam het drietal op deze passende wijze afscheid van hem. Het was heerlijk om bevrijd te zijn, maar de aanblik van al die doden was verschrikkelijk. Als troost kregen ze van de Amerikanen eten, drinken en sigaretten.

Op weg naar huis

Terug in Holland werden ze in het plaatsje Heer bij Maastricht ondergebracht. Ze konden niet verder doorreizen naar huis, want de rest van Nederland was nog niet bevrijd. Toen dat eenmaal het geval was, vertrok Arie naar kamp Amersfoort en vandaaruit kon hij met een bus dan eindelijk naar huis: naar de Theodorushoeve.

Na een moeilijke eerste periode thuis pakte Arie zijn leven weer op en trouwde met zijn jeugdliefde Rijkje de Koning. Zij kregen drie kinderen: Rien, Laura en Ad. Arie bleef zijn hele leven op de hofstede in de Ruige Weide wonen tot hij dus laatst op 96-jarige leeftijd overleed. Die laatste jaren keek hij dankbaar terug op een goed leven. Maar de oorlog vergeten: dat kon hij helaas nooit. Die zat helemaal in hem.

Dit artikel is slechts een samenvatting van het verhaal dat Arie ons vertelde over de Arbeitseinsatz en dat in zijn geheel is opgenomen in het boek 'Oudewater 1940-1945'. Het boek zal vanaf half november te koop zijn bij De Read Shop, De T.I.P. en bij de schrijver zelf.

Bronnen: Arie van Vliet † en Laura van Vliet.

De vorige afleveringen van ff z@ppen zijn gebundeld in vier delen. Daarbij is gebruik gemaakt van extra materiaal als aanvulling. De rijk geïllustreerde boekjes zijn voor e 17,50 in Oudewater te koop bij de Read Shop, de TIP en bij de schrijver zelf.

De drie musketiers v.l.n.r.: Hein Heemskerk, Jan van Leeuwen en Arie van Vliet. De foto werd in juli 1943 in Limburg an der Lahn gemaakt.
Arie van Vliet met het echtpaar Schwenk.
Afbeelding
'Hartjes op de fiets' gestopt 2 uur geleden
Afbeelding
Dramatisch ongeval op Johan J. Vierbergenweg 4 uur geleden
Afbeelding
OZV Jeugd wint van koploper 5 uur geleden
Afbeelding
Winst voor FC Oudewater na tumultueus slot 6 uur geleden
Afbeelding
Gewéldige eerste editie schoolvolleybaltoernooi 7 uur geleden
Afbeelding
Lezing over Godfried Bomans 12 uur geleden
Afbeelding
Bijzondere muziekvoorstelling in Linschoten 6 feb, 19:00
Afbeelding
Snertwandeling in Hekendorp 6 feb, 17:00