Aad Kuiper

Oudewater, wereldstad

“Herman de Man schreef naast romans ook korte verhalen en er is heel veel over hem geschreven”, vertelt Luuk Eijkelestam, stadsgids in Oudewater. Luuk weet over van alles en nog wat enthousiast te vertellen, maar over Oudewater, over vroeger en over hoe we daar meer over te weten kunnen komen uit de boeken én korte verhalen van Herman de Man is hij nauwelijks te stuiten. Maar dat stoort niet, want hij vertelt boeiend. “De Man vond Oudewater”, voegt Eijkelestam toe, “een wereldstad op kleine schaal: daar gebeurde van alles, maar wel een beetje later.”

“Ik heb laatst een boekje van Wout van Kouwen gekregen om eens in te kijken; een verzamelbundel, waar verhalen van verschillende schrijvers in staan. En zo staat er ook een verhaal in van De Man. Het boekje heet ‘Alle klokken luiden’ en in het verhaal dat De Man schreef, vertelt hij over hoe hij als jonge jongen over een dak van een huisje, dat destijds tegen de St. Michaelstoren aangebouwd was, in die toren wist te komen. Een prachtig verhaal dat ons laat weten dat er vroeger huisjes tegen de toren aangeleund stonden.”

“Hij woonde van zijn twaalfde tot zijn achttiende, van puber tot adolescent, hier in Oudewater, en dat heeft hem later ongetwijfeld geïnspireerd om al die verhalen te schrijven. Hij is geboren in Woerden en woonde ook in Polsbroekerdam en Benschop; hij heeft later nog jaren in Gouda gewoond. Maar de tijd dat hij in Oudewater woonde zie je in heel veel verhalen en romans terug. In een artikel in De Groene schreef hij bijvoorbeeld over allerlei typen die je hier in Oudewater tegen kon komen en hij doet dat zo bijzonder.” Eijkelestam leest een stukje voor dat hij aantrof in een boekje dat hij op een rommelmarkt tegenkwam - Herman de Man van Henk Povée - waarin het volgende citaat uit De Groene staat: ‘Er woont een heel leger bijzondere typen, misschien meer dan in onze grote steden. ‘t Zijn rare vergroeide daggelders, kereltjes als gelittekende knotwilgen, vreemde varensgasten op het droge, brugjengelaars met vreemde, maltentig vergroeide lichamen, gebrekkigen, leutige doordraaiers en zatlappen, grimmige nijdassen, een malende molenaar zonder molen, een apostolische anarchist, een halfbakken self-made dominé, buitenkerkse godsdwepers en een ongelooflijk stel maandagmannen, geheten Klare-met-Klont, Kop-en-Kont, Nol den Beer, de Negenbuik en Japie.’

Autodidact, taalgevoel en fantasie

Luuk Eijkelestam vertelt over zijn eigen grootvader die in die periode hier veldwachter was, over de vele zwervers die hier toen in goedkope logementen verbleven en over de types die je inderdaad kon tegenkomen. “Het leuke is dat je in die verhalen terug kunt lezen hoe het toen was. In de romans overdreef hij wel een beetje, maar daar moet je doorheen prikken. Het taalgebruik van De Man is voor ouderen nog wel, maar voor anderen nauwelijks meer te volgen. Het was ook een andere wereld waarin bijvoorbeeld godsdienstverzuiling nog een heel grote rol speelde. Zelf kwam hij uit een arm gezin, waar schraalhans keukenmeester was; zijn vader was lapjeskoopman en zijn moeder hoedenmodiste. Hij heeft hier in Oudewater nog wel op school gezeten bij meester Littooij op de Openbare Lagere School, en bij diezelfde meester ook op de ulo en op de Avondtekenschool. De eerste twee gingen hem niet goed af; hij kon niet goed meekomen en was behoorlijk dwars. Hij moest ook daarom mee om zijn vader te helpen. En de verhalen die hij daar bij de boeren hoorde moeten hem gefascineerd hebben. Zijn fantasie deed de rest, terwijl zijn gevoel voor taal hem goed van pas kwam. Hij was volledig autodidact. Hij verzon bijvoorbeeld ook een eigen soort dialect in de wereld die zich in het begin van de twintigste eeuw afspeelde in de omgeving van Oudewater, Polsbroek, Hoenkoop, Benschop. Een wereld die voor mij nog wel herkenbaar is, maar langzaamaan aan het verdwijnen is.”

Fotoroute

“Uit zijn verhalen is geen exacte topografische weergave te herleiden, maar er zijn wel tal van aanknopingspunten. Zo weten we waar hij gewoond heeft en sommige van die huizen staan er nog, van andere weten we alleen de plek. In IJsselstein staat een beeldengroep, ‘Sjef en Jochem, twee zwervers’. Dit is een uitbeelding van de hoofdpersonen uit een van zijn boeken - de bedelaarsroman De Kleine Wereld van Herman de Man uit 1936 - die in het gebied tussen Schoonhoven en IJsselstein hun kostje bij elkaar scharrelden. In het centrum van Oudewater staat een beeldengroep die in 1977 geplaatst is ter ere van de schrijver die in die stad begraven ligt. Deze beeldengroep is, naast een eerbetoon aan de schrijver, ook een eerbetoon aan de boerenfamilies van de Lopiker- en Krimpenerwaard, waarover hij zo indringend wist te schrijven. In Oudewater woonde De Man als jongen in de Rootstraat en de Leeuweringerstraat. Maar je vindt ook een bordje op een huis aan de Noord-IJsselkade 5, het ‘huis met de trapjes’. Daar lag het kantoor van rederij De Volharding uit De Mans boek Aart Luteyn. In werkelijkheid was de rederij Estafette daar gevestigd, die een lijndienst tussen Rotterdam en Utrecht onderhield.” En voor wie in Oudewater op zoek is naar hoe het er in de tijd van Herman de Man uitzag kan de historische fotoroute aldaar erbij betrekken. Boekhandelaar E.C. Rahms begon rond 1860 met een voor die tijd uiterst moderne hobby: fotograferen. Met zijn ‘Camera Obscura’ maakte Rahms honderden stadsgezichten, met negatieven op glasplaat. Een groot deel van zijn glasnegatieven is bewaard gebleven. Alle foto’s van Rahms geven samen een prachtig tijdsbeeld. De fotograaf heeft vaak de gewone Oudewaternaren op de plaat vastgelegd. Een aantal van deze foto’s is uitvergroot en opgehangen in de stad op de plaats waar de oorspronkelijke foto gemaakt is. Een aardige bijkomstigheid is dat Rahms een boekwinkeltje had tegenover zijn bakkerij op Leeuweringerstraat 23. Daar ontwikkelde hij ook zijn foto’s en drukte hij prenten af voor zijn winkel. Zijn kleinzoon Johan had hier later een boekwinkel/antiquariaat, dat hij de naam ‘De Gouden Harp’ gaf. De min of meer toevallige bijkomstigheid is dat in de roman ‘Rijshout en rozen’ van Herman de Man hier de boekwinkel van de kerkorganist was gevestigd, met wiens dochter de hoofdpersoon in dat boek, Rijkaard Gaaikhorst, trouwde. Aan de eerdergenoemde uitvergrote foto’s van Rahms is ook een aantal oude ansichtkaarten uit de twintiger en dertiger jaren toegevoegd zodat de kijker nu zelf kan zien hoeveel of hoe weinig het blikveld van toen veranderd is. Bij het Toeristisch Informatie Punt Oudewater (TIP) is een boekje met verklarende tekst en een wandelroute langs de foto’s verkrijgbaar.

Fietstochten

Eijkelestam vertelt boeiend verder over de Waaiersluis, de ‘dode IJssel’, Klaphek en wat Graaf Floris V in 1285 daarmee van doen had en de steenfabrieken, maar komt dan terug op enkele fietstochten waaraan hij een bijdrage leverde: “Voor wie zich wil onderdompelen in het landschap, werk en leven van de schrijver Herman de Man kan zijn hart ophalen. Er zijn vijf fietstochten door de mooie polders van de Lopiker- en Krimpenerwaard die langs plekken uit het leven en werk van Herman de Man leiden.”

Deze fietstochten - en nog veel en veel meer wetenswaardigheden en activiteiten - zijn te vinden op www.hermandeman.nl

Aad Kuiper

Meer berichten