Parkeren

De meeste auto's in Nederland nemen niet één, maar twee parkeerplaatsen in beslag: één voor de deur, en het liefst pàl voor de deur, en de ander bij hun werkplek, waarbij een vaste plek op eigen parkeerplaats of parkeergarage van de werkgever, wel de minste vorm van emolument is. De mensen hebben nog liever dat ze hun eigen telefoon en laptop moeten meebrengen dan dagelijks een parkeerplek moeten zoeken in de buurt van hun werk.

O, zeker: we zijn bereid onze grenzen te verleggen: niemand vindt het raar dat als je naar het stadion of naar het ziekenhuis moet, je vanaf je auto nog minstens tien minuten flink door moet stappen voordat je bij je zitje of de afdeling bent waar je wezen moet, en als je ook nog eens een rolstoel met je oude moeder moet voortduwen mag je gerust op een kwartier extra rekenen.

Maar gaan dezelfde mensen naar de bakker of de drogist dan parkeren ze bij voorkeur pal voor de deur. Of moe stapt uit voor haar boodschap en pa blijft met draaiende motor en dubbel geparkeerd buiten wachten.

Je kunt ook met de fiets naar de kapper, de bakker, de snoepwinkel, de readshop of de bloemist...

Ook ondernemers die zelf niet boven hun winkel wonen, willen toch hun auto ook overdag graag het liefst direct voor de deur, en de slotsom is dat alle parkeerplekken in de binnenstad van Oudewater zeker overdag permanent bezet zijn. En de toeristen moeten daar dan nog eens bij.

Dus heeft het gemeentebestuur in haar onmetelijke wijsheid gemeend dat al die mensen voor een verblijf van minder dan een uur -de blauwe zone- gratis en voor niks recht hebben om voor de Heksenwaag, de ijssalon of de Hema te parkeren, al kom je met achttien lelijke eenden uit Den Haag.

Ondertussen moeten alle inwoners van de stad een maandelijkse parkeerbijdrage gaan betalen, terwijl het elke dag opnieuw nog maar de vraag is of je wel ergens in de wijde omtrek een plekje kunt vinden; weggegaan is plaats vergaan.

Nieuwe parkeerplaatsen komen er niet bij, een parkeergarage bouwen kost te veel geld, dus enig uitzicht op verbetering ten opzichte van nu is er niet, zowel wat het verkeer in de binnenstad betreft als de mogelijkheid om je eigen auto kwijt te raken.

Andere steden doen of deden het beter. Veel stadscentra van kleine en grote plaatsen zijn autovrij, met parkeergelegenheid op loopafstand. Daar moet je natuurlijk wel een stuk weiland aan opofferen, maar het resulteert in langer verblijf en meer omzet, weten ze in al die steden waar ze het zo doen. In een Frans stadje in de Vendée kregen ze tien jaar geleden een forse Europese subsidie vanwege het argument dat de vele auto's in de binnenstad met hun uitstoot het middeleeuwse metselwerk aantastten, en er kwamen gratis elektrische pendelbusjes om de mensen vanaf de parkeerplaats naar het stadscentrum te brengen en weer op te halen. Met een beetje fantasie kun je in Oudewater de touwtrein inzetten, of elektrische riksja's, of een aantal taxibootjes vanaf een parkeerplaats langs de IJssel, even voorbij de Broedkorf. Giethoorn en Venetië leven er van.

Je kunt de Oudewaternaars ook aanmoedigen om hun privéauto op te ruimen en zich aan te sluiten bij een Greenwheels coöperatie waar je van een deelauto gebruik kunt maken op een moment dat je hem echt nodig hebt.

Voor mijzelf heb ik het afgelopen jaar ruimschoots kunnen ervaren hoeveel overbodige uren, dagen en weken het ding soms stof staat te vangen op het plein.

Kortom, ik had werkelijk iets creatievers verwacht van het stadsbestuur dan voortaan iedere stadsbewoner maandelijks een paar tientjes af te troggelen zonder dat ze er iets anders voor hoeven te doen dan de blauwe strepen een keertje op te schilderen.

Otto Beaujon

Otto Beaujon

Meer berichten