Streekmuseum Reeuwijk

Streekmuseum Reeuwijk: Jagen, vissen & vangen als broodwinning

  1. Onder de grond
  2. Onder de grond
  3. Onder de grond
  4. Daar woont een mol
  5. Met een jasje van bont
  6. Hij graaft daar een gang
  7. Tien meter lang
  8. Zand op zijn neusje
  9. En zand op zijn wang
  10. Molletje kan bijna niet zien
  11. Is dat soms gevaarlijk misschien
  12. Molletje straks stoot je je kop
  13. Zet voortaan je brilletje op
  14. @ Lea Smulders en Hans Peters jr.
Je dagelijkse kost verdienen is een uitdaging. Nu, maar zeker ook vroeger. Vooral als je het niet breed had, dan greep je alles aan om een cent bij te verdienen. In de natuur bleken er legio mogelijkheden te zijn, om wat meer brood - met beleg - op de plank te krijgen. In de compact ingerichte tentoonstelling 'Jagen, vissen & vangen als broodwinning' brengt het Streekmuseum Reeuwijk dit gegeven tot eind december op een fraaie manier voor het voetlicht.
Het Streekmuseum ligt op een steenworp afstand van de Reeuwijkse Plassen, aan de Oudeweg 3. Voor de tentoonstelling zijn daarom deze plassen ook als bron voor de tentoonstelling gebruikt. Voor de voorwerpen is geput uit de ruime collectie van het museum en zijn stukken in bruikleen gegeven. Te zien zijn onder meer de otter, de hermelijn, de muskusrat, kieviten, mollen, eenden en zwanen. Maar ook netten, manden en andere vangmiddelen.

Voor het nut

Jagen en vissen zit in ons bloed. Het is één van de oudste manieren om aan voedsel te komen. Uit de geschiedenisboeken weten we dat de eerste mensen, jager-verzamelaars, eetbare wilde planten verzamelden en leefden van de jacht om te overleven. Ook toen de mensen zich op een vaste plek settelden, bleken opbrengsten van jacht en visserij eeuwenlang nog een belangrijke aanvulling op de maaltijd of het inkomen. Dat kon omdat wild en vis vroeger in verhouding veel meer opbracht dan nu. Deze broodvissers en broodjagers waren met hun manier van werken ook landschapsbeschermers, al waren zij zich daar toen niet bewust van. Elke vangst was namelijk voor het nut. Het moest te eten zijn of op een andere manier bruikbaar. Veertjes in de houtsnip dienden voor het fijne schilderwerk bijvoorbeeld. Veel diersoorten werden gevangen voor de pels of omdat ze schade toebrachten aan de wild- en visstand.

Weekloon

Al het werk gebeurde kleinschalig en met de hand. Rietmaaien gebeurde om vanuit schiethutten jacht op eenden te kunnen maken. Een model hiervan met jager Piet is te zien in de tentoonstelling. Net als een lange warme jas en mof van geprepareerde mollenhuidjes. De vleug van het mollenvelletje vond men mooi, daarom was het geliefd. Eén mollenvelletje bracht in hoogtijdagen wel twee gulden op. Als je er zes of zeven op een dag wist te vangen, was je spekkoper. Je had dan al een weekloon verdiend. Vroeger werden de mollen vaak niet met klemmen gevangen, maar met een schop uit de molshoop gewipt.

Ook bekend is dat met het vangen muskusratten aardig wat jongelui zo een fiets of brommer bij elkaar hebben weten te sparen. Als je de rat bij de politie inleverde kreeg je er tot midden jaren '80 ƒ 5,- voor. Huid van zwanen is lang gebruikt voor versiersels op trouwkleding. Voor dons en vlees waren ook klanten. Op de plas Ravenberg is nog een oude kievitenvangbaan in bedrijf. Hier worden alleen trekvogels geringd die in Reeuwijk overwinteren.

Kooikerhondje

In de tentoonstelling lees je over het voortbestaan van het 40 cm hoge kooikerhondje. Op verzoek van baronesse Van Hardenbroeck van Ammerstol ging een marskramer bij boerderijen op zoek naar een kooikerhond, die moest lijken op de foto die hij bij zich had. Tommie werd gevonden en is de uiteindelijke stammoeder van het Kooikerhondje geworden. In 1971 kwam de officiële erkenning van dit ras.

De pijp uitgaan

Dit spreekwoord heeft te maken met het vangen van eenden via een eendenkooi. Het woord zelf is afgeleid van het Engelse dekoy, dat lokeend betekent. Op topografische kaarten zijn in de waterrijke delen nog de vroegere eendenkooien te zien. Nabij de A12 zijn nog resten te zien. Ooit heeft een kooi in de polder gelegen waar nu de surfplas is. In het Beloken Land in Montfoort worden excursies naar een eendenkooi georganiseerd.

IJstoren

In de zoetwatervisserij zijn voor de handel nu nog aal en snoekbaars interessant. Hoe het deze bedrijfstak in het verleden is vergaan, wordt ook toegelicht. Pronkstuk bij dit onderdeel is de 117 cm lange paling, die ome Teun in de plas Elfhoven ooit heeft gevangen.

In de tentoonstelling staat een model van een rondvormig stenen bouwsel met rieten dak; een ijstoren. Een tweede klas afdeling weg- en waterbouw van de MBO Gouda heeft deze toren in 1986 gemaakt. Model hiervoor stond de laatste Sluipwijkse ijstoren die in 1869 werd gebouwd voor Vishandel Van der Starre. De spouwmuren waren gevuld met turfmolm. Het ijs werd gebruikt bij het verzenden van vis naar België, Frankrijk en Engeland. Boeren haalden hier ijs voor het karnen.

  1. Streekmuseum Reeuwijk
  2. Oudeweg 3, 2811 NM Reeuwijk
  3. Openingstijden: woensdag, vrijdag t/m zondag.
  4. In deze coronatijd, alleen op afspraak.
  5. Reserveren gaat het snelst door te bellen naar 0182-395045 of 0172-615286 of stuur een mail naar groep@streekmuseumreeuwijk.nl.
  6. www.streekmuseumreeuwijk.nl


Lyanne de Laat

Meer berichten